Françoise Devleeschouwer Bertrand Waucquez Damien Filippi Anja Vermeulen Nadia Steenbeek Sophie Mary Isabelle Fouarge Alain Van Herck Bruno Vandersteen Colette Storms Chantal Deghoy Françoise Devleeschouwer Damien Filippi Anja Vermeulen Nadia Steenbeek Isabelle Fouarge Alain Van Herck Bruno Vandersteen Colette Storms Chantal Deghoy Anja Vermeulen Françoise Devleeschouwer Chantal Deghoy Colette Storms Alain Van Herck Nadia Steenbeek Isabelle Fouarge Damien Filippi Bruno Vandersteen aantal voorstanders: 8 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Enig artikel:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van 24 september 2026, vervat als bijlage en integraal deel uitmakend van deze beslissing, goed.
Artikel 1:
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om het reglement voor de bezetting van de noodwoning(en), zoals vastgesteld in zitting van 28 mei 2020, op te heffen.
Artikel 2:
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om het reglement betreffende de terbeschikkingstelling van noodwoningen goed te keuren:
REGLEMENT BETREFFENDE DE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN NOODWONINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
● Noodwoning: een transitwoning die het OCMW Kraainem tijdelijk ter beschikking stelt van de gebruiker.
● Gebruiker: de perso(o)n(en) aan wie een noodwoning, bij beslissing van het Vast Bureau of de voorzitter, ter beschikking wordt gesteld;
● Vast Bureau: het orgaan van het OCMW Kraainem dat bevoegd is voor de toewijzing, de verlenging en de beëindiging van de terbeschikkingstelling van een noodwoning;
● Adviescommissie: het team van de sociale dienst dat, voorafgaand aan een beslissing tot verlenging, het dossier en de inspanningen van de gebruiker evalueert en hierover advies verleent aan het vast bureau.
Artikel 2. Doel
§1. Het OCMW Kraainem stelt noodwoningen ter beschikking aan behoeftige personen of gezinnen die zich, ten gevolge van een acute noodsituatie, tijdelijk zonder behoorlijke huisvesting bevinden.
§2. De noodwoning biedt een tijdelijke opvang in afwachting van een duurzame woonoplossing en is nooit bedoeld als definitieve woonplaats.
Artikel 3. Juridische aard
§1. De terbeschikkingstelling van een noodwoning heeft een precair karakter. Er bestaat geen subjectief recht op een noodwoning. De beslissing tot toewijzing behoort uitsluitend tot het OCMW.
§2. Zij vormt geen woninghuurovereenkomst in de zin van het Vlaams Woninghuurdecreet van 9 november 2018, noch een handelshuurovereenkomst in de zin van de wet van 30 april 1951 betreffende de handelshuurovereenkomsten.
§3. De gebruiker erkent uitdrukkelijk dat hij slechts een tijdelijk en precair gebruiksrecht verkrijgt, dat te allen tijde en overeenkomstig de voorwaarden van dit reglement kan worden beëindigd.
§4. De noodwoning staat geen domiciliëring toe. Domiciliëring op het adres van de noodwoning is niet toegestaan gedurende de volledige duur van de terbeschikkingstelling.
Artikel 4. Beschikbare noodwoningen
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn bepaalt welke woningen als noodwoning worden ingezet en kan deze lijst aanpassen naargelang de behoeften van de dienstverlening. Het actuele overzicht van de beschikbare noodwoningen, met vermelding van de maximale bezettingscapaciteit per woning, is opgenomen in bijlage 2 bij dit reglement.
Artikel 5. Doelgroep
Een noodwoning kan worden toegewezen aan:
● personen of gezinnen die dakloos zijn geworden door brand, overstroming, instorting of een andere calamiteit;
● personen die geconfronteerd worden met een acute wooncrisis, veroorzaakt door omstandigheden buiten hun wil, met inbegrip van ernstige relationele problemen (zoals partnergeweld);
● personen die na uithuiszetting of verlies van huisvesting dringend tijdelijke opvang nodig hebben, en die alle redelijke en binnen hun macht liggende maatregelen hebben ondernomen om dit te vermijden;
● andere personen waarvan het Vast Bureau, op basis van een sociaal onderzoek, oordeelt dat een tijdelijke noodopvang noodzakelijk is.
Artikel 6. Aanvraag en beslissing
§1. De aanvraag wordt onderzocht door de sociale dienst.
§2. De sociale dienst maakt een sociaal verslag op waarin minstens wordt opgenomen:
● de woonsituatie;
● de gezinssamenstelling;
● de inkomsten;
● de noodzaak van tijdelijke opvang;
● het voorgestelde begeleidingstraject;
● persoonsgegevens van personen die, binnen de maximumcapaciteit, de noodwoning zullen betrekken.
§3. Het Vast Bureau beslist, na maatschappelijk onderzoek, over de toewijzing. In dringende gevallen kan de voorzitter van het Vast Bureau een voorlopige beslissing nemen. Deze voorlopige toewijzing geldt voor maximaal één maand en moet worden bekrachtigd op de eerstvolgende vergadering van het vast bureau.
Artikel 7. Duur
§1. De noodwoning wordt ter beschikking gesteld voor een maximale periode van zes maanden.
§2. Het Vast Bureau kan de terbeschikkingstelling maximaal twee keer verlengen, telkens met drie maanden, mits een gunstig advies van de adviescommissie na evaluatie van het dossier en de inspanningen van de gebruiker. Bij een negatief advies, of wanneer de gebruiker de gemaakte afspraken niet nakomt, wordt de verlenging geweigerd. Een verlenging kan in geen geval stilzwijgend worden toegekend.
§3. Indien de gebruiker een ondertekend huurcontract voor een nieuwe woning voorlegt en de aanvangsdatum ervan zich na de maximumperiode van 12 maanden bevindt, wordt de terbeschikkingstelling van rechtswege verlengd met een overbruggingsperiode. Deze overbruggingsperiode is voorzien tot drie werkdagen na de aanvangsdatum van de huurovereenkomst, met een absoluut maximum van vijfenzestig kalenderdagen na de maximumperiode zoals bepaald in §1.
Artikel 8. Bezettingsvergoeding
§1. Voor het gebruik van de noodwoning is een maandelijkse bijdrage verschuldigd.
§2. Deze bijdrage bedraagt in beginsel 40% van het beschikbare netto-inkomen of het uitgekeerde leefgeld in geval van collectieve schuldenregeling, van de gebruiker. Alle kosten verbonden aan de bewoning zijn in dit bedrag vervat, met inbegrip van de kosten voor redelijk gebruik van nutsvoorzieningen (water en elektriciteit), internettoegang (wifi) en de brandverzekering.
§3. Het Vast Bureau kan de bijdrage aanpassen om rekening te houden met bijzondere sociale omstandigheden.
§4. De bijdrage wordt in beginsel maandelijks vooraf betaald. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is wegens uitzonderlijke omstandigheden — bijvoorbeeld omdat het leefloon niet vooraf wordt uitbetaald — wordt hiermee door het OCMW rekening gehouden en kan een aangepaste betalingswijze worden overeengekomen.
§5. Per ondertekening van de overeenkomst geeft de gebruiker het uitdrukkelijk en herroepelijk recht aan het OCMW om de verschuldigde bezettingsbedragen en waarborgen rechtstreeks in te houden op het leefloon of de toegekende financiële steun.
Artikel 9. Waarborg
§1. De gebruiker betaalt, samen met de maandelijkse bijdrage, zoals bepaald in artikel 8, een waarborg van:
● 100 euro per maand voor een alleenstaande;
● 150 euro per maand voor een niet-alleenstaande (gezin of samenwonenden).
§2. Bij een eerste verlenging (eerste bijkomende periode van drie maanden) wordt de maandelijkse waarborg verhoogd tot:
● 175 euro per maand voor een alleenstaande;
● 225 euro per maand voor een niet-alleenstaande.
§3. Bij een tweede verlenging (tweede bijkomende periode van drie maanden) wordt de maandelijkse waarborg verder verhoogd tot:
● 250 euro per maand voor een alleenstaande;
● 300 euro per maand voor een niet-alleenstaande.
§4. De waarborg dient ter dekking van:
● schulden bij het OCMW;
● schade aan de woning;
● bovenmatig gebruik van de nutsvoorzieningen;
● ontbrekende goederen uit de inventaris (artikel 10);
● reinigingskosten.
§5. Na beëindiging van de bezetting wordt de waarborg geheel of gedeeltelijk terugbetaald, na verrekening van eventuele openstaande bedragen, zoals bepaald in artikel 9 § 4.
Indien aan de gebruiker na afloop van de bewoning van de noodwoning een terugvorderbare huurwaarborg voor een nieuwe woning wordt toegekend, wordt het resterende beschikbare saldo van de waarborg prioritair aangewend ter aanzuivering van die nieuwe huurwaarborg.
Artikel 10. Plaatsbeschrijving en inventaris
§1. Bij de ingebruikname van de noodwoning maken het OCMW en de gebruiker samen een tegensprekelijke plaatsbeschrijving en inventaris op, met vermelding van de staat van de woning en het ter beschikking gestelde meubilair. Beide partijen ondertekenen dit document en ontvangen er elk een exemplaar van.
§2. Bij het einde van de bezetting wordt op dezelfde wijze een uitgaande plaatsbeschrijving opgemaakt. Vastgestelde schade of ontbrekende goederen worden verrekend met de waarborg, overeenkomstig artikel 9 §4.
§3. Bij ontstentenis van een plaatsbeschrijving wordt de woning geacht in goede staat te zijn afgeleverd.
Artikel 11. Begeleiding
§1. De gebruiker werkt actief mee aan de begeleiding door de sociale dienst, met inbegrip van een wekelijkse opvolging van het dossier.
§2. De begeleiding kan onder meer betrekking hebben op: woonbegeleiding, budgetbegeleiding, schuldhulpverlening, activering en administratieve ondersteuning.
§3. Het weigeren van noodzakelijke begeleiding kan aanleiding geven tot beëindiging van de terbeschikkingstelling, overeenkomstig artikel 13.
Artikel 12. Controle
§1. De maatschappelijk werker van het OCMW beschikt over een bezichtigingsrecht tot de noodwoning, om de leefomstandigheden te controleren en de voortgang van het traject naar een duurzame woonoplossing op te volgen.
§2. Deze controles gebeuren op redelijke tijdstippen, met, indien mogelijk, voorafgaande kennisgeving aan de gebruiker en met respect voor diens persoonlijke levenssfeer.
§3. De gebruiker neemt er kennis van dat het OCMW een sleutel van de woning in bezit houdt om, indien nodig, toegang te verkrijgen conform §1 en §2 of bij dreigend gevaar. Dit kan door de gebruiker niet als huisvredebreuk worden beschouwd.
Artikel 13. Beëindiging
§1. De terbeschikkingstelling eindigt:
§2. De gebruiker kan de terbeschikkingstelling steeds vrijwillig beëindigen, mits schriftelijke opzeg (per e-mail of aangetekend schrijven) met een opzegtermijn van 7 dagen.
§3. Bij een tekortkoming zoals bedoeld in §1, 3° tot en met 6°, kan het OCMW de terbeschikkingstelling schriftelijk beëindigen, met een opzegtermijn van 7 dagen.
§4. Wanneer de gebruiker de noodwoning, zonder voorafgaande schriftelijke verwittiging, gedurende 7 opeenvolgende dagen niet meer gebruikt, neemt de terbeschikkingstelling van rechtswege een einde.
§5. Goederen van de gebruiker die 8 dagen na het einde van de terbeschikkingstelling nog in de noodwoning aanwezig zijn, worden op kosten van de gebruiker verwijderd.
Artikel 14. Bezetting zonder recht of titel
§1. Indien de gebruiker de woning niet vrijwillig verlaat bij het einde van de terbeschikkingstelling, of de woning langer bezet dan toegelaten binnen de overbruggingsperiode van artikel 7§3, bevindt hij zich zonder recht of titel in de woning, zelfs na betaling van de dagvergoeding, zoals bepaald in § 2.
§2. In dat geval kan het OCMW:
● per dag bezetting een vergoeding aanrekenen, gelijk aan 1/30 van de op dat moment geldende maandelijkse bijdrage; Na vertrek of na iedere maand zal deze bezetting worden gefactureerd;
● deze bedragen rechtstreeks inhouden op het leefloon of de financiële steun, overeenkomstig de volmacht bedoeld in artikel 8, §5;
● de gerechtelijke uithuiszetting vorderen en de noodwoning laten ontruimen;
● alle hieruit voortvloeiende kosten verhalen op de gebruiker.
Artikel 15. Afwijkingen
Het Vast Bureau kan, bij gemotiveerde individuele beslissing en op basis van een sociaal onderzoek door de sociale dienst, afwijken van de voorwaarden van dit reglement wanneer de individuele situatie van de gebruiker dit vereist.
Artikel 16. Rechtsmiddelen
Beslissingen die het OCMW neemt met betrekking tot maatschappelijke dienstverlening — met inbegrip van beslissingen over de toewijzing, de verlenging of de beëindiging van een noodwoning — worden ter kennis gebracht met vermelding van de mogelijkheid tot beroep bij de bevoegde arbeidsrechtbank, overeenkomstig artikel 71 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 17. Huishoudelijk reglement
§1. Het huishoudelijk reglement noodwoningen (bijlage 1) vormt een integraal onderdeel van dit reglement.
§2. Door ondertekening van de overeenkomst verklaart de gebruiker kennis te hebben genomen van het huishoudelijk reglement en de bepalingen ervan te aanvaarden.
§3. Het opstellen en aanpassen van het huishoudelijk reglement is een bevoegdheid van het Vast Bureau. Bij een aanpassing bezorgt het OCMW onverwijld een exemplaar aan de gebruiker, ter ondertekening voor akkoord.
Artikel 18. Inwerkingtreding
Dit reglement werd vastgesteld door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 15 oktober 2026. Het vervangt het reglement van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 28 mei 2020, evenals alle latere wijzigingen, en treedt in werking vanaf 1 december 2026.
Bijlage 1 — Huishoudelijk reglement noodwoningen
Dit huishoudelijk reglement vormt een integraal onderdeel van het reglement betreffende de terbeschikkingstelling van noodwoningen (artikel 17) en wordt bij ondertekening van de overeenkomst aan de gebruiker overhandigd.
○ in de woning te roken — bij vaststelling hiervan is een boete van 25 euro verschuldigd;
○ schotelantennes te plaatsen;
○ een bijverwarming te plaatsen;
○ vloeibare, gasachtige of andere vluchtige brandstoffen te bewaren, ongeacht de hoeveelheid;
○ dieren te houden;
Gelezen en goedgekeurd,
Handtekening gebruiker:
Bijlage 2 — Overzicht beschikbare noodwoningen
Dit overzicht wordt vastgesteld en kan worden aangepast door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn (artikel 4). Het weerspiegelt de toestand op de datum van vaststelling van dit reglement.
Adres | Maximale bezetting |
Arthur Dezangrélaan 12/6 | max. 2 volwassenen + 3 kinderen |
Arthur Dezangrélaan 12/7 | max. 2 volwassenen |
Arthur Dezangrélaan 12/8 | max. 2 volwassenen + 3 kinderen |
Arthur Dezangrélaan 12/9 | max. 2 volwassenen |
Françoise Devleeschouwer Bertrand Waucquez Damien Filippi Anja Vermeulen Nadia Steenbeek Sophie Mary Isabelle Fouarge Alain Van Herck Bruno Vandersteen Colette Storms Chantal Deghoy Françoise Devleeschouwer Damien Filippi Anja Vermeulen Nadia Steenbeek Isabelle Fouarge Alain Van Herck Bruno Vandersteen Colette Storms Chantal Deghoy Colette Storms Damien Filippi Anja Vermeulen Chantal Deghoy Nadia Steenbeek Alain Van Herck Bruno Vandersteen Françoise Devleeschouwer Isabelle Fouarge aantal voorstanders: 6 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Artikel 1:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen De Welzijnskoepel en het lokaal bestuur Kraainem in kader van de opstart van de juridische dienstverlening, vervat als bijlage en integraal deel uitmakend van deze beslissing, goed.
Artikel 2:
De samenwerkingsovereenkomst treedt in werking op 1 november 2026.
Artikel 1:
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist voor de winterperiode 2026-2027, toe te treden tot het systeem van minimale levering van aardgas, elektrische verwarming voor exclusief nachttarief en minimale levering elektriciteit voor warmtepompen.
Artikel 2:
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om het gedeelte van de kost dat niet kan worden gerecupereerd bij de netbeheerder al dan niet ten laste te nemen op basis van het individueel sociaal verslag voorgelegd aan het vast bureau.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.